Shortlist Bob den Uyl Prijs

We zitten in de play-offs! De shortlist van de Bob den Uyl Prijs ziet er zo uit:

Detlev van Heest, Het verdronken land
Otto Holzhaus, Vroeg of laat komt het goed
Pieter Steinz, Macbeth heeft echt geleefd
Anoek Steketee en Eefje Blankevoort, Dream City
P.F. Thomése, Grillroom Jeruzalem
Leendert van der Valk, Duivelsmuziek


Op 2 juni, tijdens het VPRO Boeken Festival in Amsterdam wordt de prijs uitgereikt.

Longlist Bob den Uyl Prijs

‘Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam’, schreef Bob den Uyl. En zo is het ook. Je zou bijna denken dat hij het over de mysterieuze byways uit Duivelsmuziek heeft. Den Uyl was een jazztrompetist die reisverhalen schreef. De belangrijkste prijs voor journalistieke reisboeken is bovendien naar hem vernoemd. En laat Duivelsmuziek nu op de longlist voor die prijs staan.

Daar staat onze eenzame fietstocht door zuidelijk Amerika zo maar tussen het Jeruzalem van P.F. Thomése en de Jihad van Step Vaessen. Je zou er bijna een diabolisch muziekje van op zetten.

Duivelsmuziek, de B-kantjes
De officiële soundtrack van Duivelsmuziek wordt goed beluisterd, dus moest er maar eens een ‘Duivelsmuziek, de B-kantjes’ komen. Nou ja, B-kantjes… stuk voor stuk kneiters van hits natuurlijk.

Voor Duivelsmuziek 1 bestond een duidelijke leidraad, elk liedje correspondeert met een hoofdstuk van het boek. Voor de B-kantjes geldt dat niet, toch hangt de volgorde en de selectie natuurlijk nog steeds samen met het boek. We beginnen weer in Memphis, dalen af langs de Mississipppi, door de Delta, bezoeken een gevangenis, pikken wat zydeco mee en eindigen in N’awlinz.

Vanzelfsprekend staan er enkele oude bekenden in de lijst, maar ook veel nieuws. Zo laat Scrapper Blackwell een potje serieuze fingerpicking horen, doen Walter Brown en Mattie May Thomas een a capellaatje (prachtige prison blues) en mag Rockin’ Dopsie Jr ditmaal een zydeco-feestje bouwen. Met Lloyd Price vliegen de B-kantjes vrolijk uit de bocht, een belachelijk musical-achtige versie van Staggerlee, maar toch lekker.

Vanaf Eddie Bo’s Check Your Bucket laten we de bluesinvloeden grotendeels voor wat ze zijn en ligt de focus op het schudden van willekeurige lichaamsdelen, New Orleans style. Hoewel, de Mardi Gras Indians zorgen nog voor een relatief rustpuntje, maar vanaf Trombone Shorty horen we alleen nog maar jepperende straatblazers.

Laissez les bon temps rouler!

Duivelsmuziek, de B-kantjes

De officiële soundtrack van Duivelsmuziek wordt goed beluisterd, dus moest er maar eens een ‘Duivelsmuziek, de B-kantjes’ komen. Nou ja, B-kantjes… stuk voor stuk kneiters van hits natuurlijk.

Voor Duivelsmuziek 1 bestond een duidelijke leidraad, elk liedje correspondeert met een hoofdstuk van het boek. Voor de B-kantjes geldt dat niet, toch hangt de volgorde en de selectie natuurlijk nog steeds samen met het boek. We beginnen weer in Memphis, dalen af langs de Mississipppi, door de Delta, bezoeken een gevangenis, pikken wat zydeco mee en eindigen in N’awlinz.

Vanzelfsprekend staan er enkele oude bekenden in de lijst, maar ook veel nieuws. Zo laat Scrapper Blackwell een potje serieuze fingerpicking horen, doen Walter Brown en Mattie May Thomas een a capellaatje (prachtige prison blues) en mag Rockin’ Dopsie Jr ditmaal een zydeco-feestje bouwen. Met Lloyd Price vliegen de B-kantjes vrolijk uit de bocht, een belachelijk musical-achtige versie van Staggerlee, maar toch lekker.

Vanaf Eddie Bo’s Check Your Bucket laten we de bluesinvloeden grotendeels voor wat ze zijn en ligt de focus op het schudden van willekeurige lichaamsdelen, New Orleans style. Hoewel, de Mardi Gras Indians zorgen nog voor een relatief rustpuntje, maar vanaf Trombone Shorty horen we alleen nog maar jepperende straatblazers.

Laissez les bon temps rouler!

Duivelsmuziek beste reisverhaal van 2011

We hebben een prijs gewonnen!

Uit reacties en recensies heb ik al mogen opmaken dat muziekliefhebbers veel plezier beleven aan Duivelsmuziek, maar het is ook een mooi boek voor reizigers. Duivelsmuziek is namelijk Het beste reisverhaal van 2011. Volgens de reisboekhandels van Nederland althans, en die kunnen het weten.

We zijn er trots op. Om eens ongegeneerd uit het juryrapport te citeren: “Wij vinden het een inspirerend boek. Erg mooi geschreven, met veel bijzondere ontmoetingen en met veelvuldig referenties naar songteksten en anekdotes over zangers en muzikanten. Mooi verbeeld ook nog eens, met oude foto’s en met nieuwe foto’s van Winnifred Wijnker.”

Kortom: hoera!

Mooi spul toch, dat internet. The Land Where The Blues Began, een van de documentaires van ‘songhunter’ Alan Lomax, kun je gewoon online bekijken. Via Folkstreams. Daar zijn trouwens veel meer mooie docu’s over de roots van de zwarte muziek te zien. Grasduinen maar.

Mooi spul toch, dat internet. The Land Where The Blues Began, een van de documentaires van ‘songhunter’ Alan Lomax, kun je gewoon online bekijken. Via Folkstreams. Daar zijn trouwens veel meer mooie docu’s over de roots van de zwarte muziek te zien. Grasduinen maar.

Voor de soundtrack van Duivelsmuziek moest ik lastige keuzes maken, prop de hele Deep South maar eens in dertig liedjes. Kill your darlings heet dat. De bloggers van weblog Nummer van de Dag kregen medelijden en boden me een plekje als gastblogger.

Woensdag verzorgt bluesmuzikant Duketown Slim de soundtrack  bij de verhalen van Duivelsmuziek. We laten bovendien de foto’s zien die  het boek niet haalden! Kom langs als je zin hebt, om 20.30 uur  in café Willem Slok, Korte Koestraat 2, Utrecht.

Woensdag verzorgt bluesmuzikant Duketown Slim de soundtrack bij de verhalen van Duivelsmuziek. We laten bovendien de foto’s zien die het boek niet haalden! Kom langs als je zin hebt, om 20.30 uur in café Willem Slok, Korte Koestraat 2, Utrecht.

De bizarste plek die we aandeden op onze fietstocht door The Deep South was Angola Prison, een beruchte gevangenis die slechts 1 op de 10 gevangenen weer levend verlaat. De mannen hebben levenslang, zijn al te oud of worden ter dood veroordeeld. Vroeger, in de bluesjaren, was het al niet anders. Angola en andere gevangenissen spelen een belangrijke rol in de blues, zowel in de teksten als in de ontwikkeling van de muziek.

De gevangenis is een harde, soms perverse mini-samenleving waarin religie centraal staat, onder invloed van de excentrieke directeur Burl Cain. Hij is trots op zijn sociale experiment.

In 1998 werd een indrukwekkende documentaire over Angola, ‘The Farm’, bekroond met een Academy Award. Je kunt de volledige film hier zien via National Geographic.

Voor Duivelsmuziek spraken we in Angola met radio-dj’s en een gospelzanger die het leven achter de tralies draaglijk proberen te maken met muziek.

Playlist Mardi Gras Indians

Jockomo feena nay. Wat? Ik heb maar eens een playlist met Mardi Gras Indian-nummers samengesteld, zodat iedereen kan genieten van de kreten van Spy Boys, Wild Men en Big Chiefs. Er staan ook liedjes in die niet door Indians zijn gemaakt, maar wel lenen uit het Indian-idioom. Niet alles is te vinden op Spotify, maar ik breid de lijst uit met wat ik tegenkom. Wie nog niet bij het hoofdstuk over de Indians is aangekomen in Duivelsmuziek en die bij ‘Iko Iko’ zijn schouders ophaalt: lees hier meer over de Indians in een mooi stuk uit de New York Times. Of luister naar ‘To-wa-bac-a-way’ in de playlist.

'We weten niet waar we zijn. Ja, ergens in Memphis, Tennessee. Maar waar? Onze fietsreis is een paar honderd meter oud en het printje van Google Maps heeft ons een vierbaansweg opgestuurd. Zoiets kan charmant zijn, verdwalen in den vreemde, maar in een pikdonker, broeierig Memphis is het angstaanjagend. We rijden over een vluchtstrook vol gaten en de weg ligt bezaaid met glas dat we pas zien als we er doorheen rijden. Toen we een uur geleden op het vliegveld onze fietsen in elkaar zetten, konden we met ons handpompje niet genoeg lucht in de banden krijgen. Ik voel mijn velgen en weet dat ik een lekke band ga krijgen, de vraag is alleen wanneer. Ik weet ook dat we dan doorfietsen, naar de hel dan maar met die banden. Mooi niet dat wij gaan stilstaan in een getto van een stad waar meer dan een kwart van de bevolking onder de armoedegrens leeft.

Ik knijp in mijn remmen. ‘Geen vluchtstrook meer!’ roep ik naar Winnifred. ‘Kut! Doorrijden!’ klinkt het achter me. Plotseling delen we de weg met razende trucks. Als er een gaatje valt tussen de vrachtwagens nemen we een afslag een woonwijk in. Behalve door glas en gaten rijden we nu ook over kakkerlakken. Langs de weg staan shotgun shacks, houten huizen die in Nederland al tijdens de bouw onbewoonbaar zouden zijn verklaard. Ik wil Winnifred erop wijzen, doen alsof we heel ontspannen aan het sightseeën zijn, maar ik heb mijn volle concentratie nodig voor de weg.

Op de veranda’s en bij drankwinkels hangen mannen rond. Ze staren ons na, te verbaasd om iets te zeggen. Ze stoten elkaar aan. Dit moet een surrealistische aanblik zijn: twee doodsbange blanken op volgeladen fietsen, dolend door een gitzwarte wijk.

Als we hier zestig jaar geleden waren geweest, waren we precies waar we moesten zijn. Niet dat het er toen veilig was, integendeel, maar dan waagde je je leven tenminste met een goede reden. Je kon hier Howlin’ Wolf horen, om maar eens iemand te noemen. Een bluesman van 1 meter 98 die met rollende ogen smerige solo’s op zijn mondharmonica speelde. In deze wijken en downtown, tussen de hoeren, pooiers en messentrekkers van Beale Street, werd de wildste blues gespeeld. Hier werd de zwarte plattelandsmuziek versterkt en verstedelijkt. Want daarom zijn we hier; voor de blues. Zestig jaar te laat.’

Klik op de link om verder te lezen.