‘We weten niet waar we zijn. Ja, ergens in Memphis, Tennessee. Maar waar? Onze fietsreis is een paar honderd meter oud en het printje van Google Maps heeft ons een vierbaansweg opgestuurd. Zoiets kan charmant zijn, verdwalen in den vreemde, maar in een pikdonker, broeierig Memphis is het angstaanjagend. We rijden over een vluchtstrook vol gaten en de weg ligt bezaaid met glas dat we pas zien als we er doorheen rijden. Toen we een uur geleden op het vliegveld onze fietsen in elkaar zetten, konden we met ons handpompje niet genoeg lucht in de banden krijgen. Ik voel mijn velgen en weet dat ik een lekke band ga krijgen, de vraag is alleen wanneer. Ik weet ook dat we dan doorfietsen, naar de hel dan maar met die banden. Mooi niet dat wij gaan stilstaan in een getto van een stad waar meer dan een kwart van de bevolking onder de armoedegrens leeft.
Ik knijp in mijn remmen. ‘Geen vluchtstrook meer!’ roep ik naar Winnifred. ‘Kut! Doorrijden!’ klinkt het achter me. Plotseling delen we de weg met razende trucks. Als er een gaatje valt tussen de vrachtwagens nemen we een afslag een woonwijk in. Behalve door glas en gaten rijden we nu ook over kakkerlakken. Langs de weg staan shotgun shacks, houten huizen die in Nederland al tijdens de bouw onbewoonbaar zouden zijn verklaard. Ik wil Winnifred erop wijzen, doen alsof we heel ontspannen aan het sightseeën zijn, maar ik heb mijn volle concentratie nodig voor de weg.
Op de veranda’s en bij drankwinkels hangen mannen rond. Ze staren ons na, te verbaasd om iets te zeggen. Ze stoten elkaar aan. Dit moet een surrealistische aanblik zijn: twee doodsbange blanken op volgeladen fietsen, dolend door een gitzwarte wijk.
Als we hier zestig jaar geleden waren geweest, waren we precies waar we moesten zijn. Niet dat het er toen veilig was, integendeel, maar dan waagde je je leven tenminste met een goede reden. Je kon hier Howlin’ Wolf horen, om maar eens iemand te noemen. Een bluesman van 1 meter 98 die met rollende ogen smerige solo’s op zijn mondharmonica speelde. In deze wijken en downtown, tussen de hoeren, pooiers en messentrekkers van Beale Street, werd de wildste blues gespeeld. Hier werd de zwarte plattelandsmuziek versterkt en verstedelijkt. Want daarom zijn we hier; voor de blues. Zestig jaar te laat.’
Klik op de link om verder te lezen.
